Hij Wordt Vanzelf Moe Bert Visscher

Ken je dat gevoel? Dat je gewoon je ding doet, een beetje rondhangt, misschien een kopje koffie drinkt met je beste vrienden, en plotseling… bam! Je bent moe. Niet die ‘ik heb de hele dag de marathon gelopen’-moeheid, maar meer die ‘ik heb een dutje gedaan op de bank en nu kan ik de wereld weer aan… voor een uurtje’-moeheid. Dat is precies waar we het vandaag over gaan hebben, want het lijkt erop dat de meester van deze kunst, Bert Visscher, het patent op heeft. Hij wordt immers vanzelf moe.
Serieus, hoe dan? Ik bedoel, ik kan mezelf een hoop moeite geven om moe te worden. Zelfs een avondje meubels verplaatsen, het hele huis een soort van ‘minimalistische make-over’ geven, resulteert niet in die diepe, allesoverheersende vermoeidheid. Ik voel me dan hooguit een beetje spierpijn hebben en verlang naar een welverdiend glas wijn. Maar Bert? Die hoeft er blijkbaar geen moeite voor te doen. Het overkomt hem. Alsof zijn interne batterij gewoon besluit: ‘Oké jongens, genoeg geweest voor vandaag, tijd voor een siësta.’
Ik stel me dan voor dat hij op een zonnige middag op de bank zit, misschien een beetje naar buiten kijkt, een vogel hoort fluiten, en denkt: ‘Ach, die vogel lijkt me wel een fijne ziel te hebben. Ik ga even met hem meezingen… in mijn slaap.’ En daar gaat hij. Een soort van spontane coma, maar dan met een glimlach.
Het is een talent dat ik stiekem wel zou willen hebben. Stel je voor: je bent op een saaie vergadering. Iedereen staart naar presentaties die net zo spannend zijn als het kijken naar verf die droogt. Je voelt de oogleden zwaarder worden. Normaal gesproken vecht je ertegen, probeer je jezelf wakker te schudden met een slok lauw water of een paar nerveuze tikjes met je pen. Maar met Bert’s talent zou je gewoon gedachteloos naar het plafond kunnen staren, een beetje glimlachen, en dan… lekker wegdoezelen. De ideale ontsnapping.
Ik kan me voorstellen dat het voor zijn omgeving soms wel even wennen is. Je bent met hem in gesprek, je vertelt een spannend verhaal over hoe je bijna de bus miste, en terwijl je op het hoogtepunt bent van je anekdote, zie je zijn ogen langzaam dichtvallen. Dan denk je: ‘Wacht even, zei ik iets te saais? Of ben ik gewoonweg te relaxte om hem wakker te houden?’ Waarschijnlijk het laatste. Bert Visscher is gewoon een energiezuinig model.
En laten we eerlijk zijn, we kennen allemaal wel zo iemand in onze vriendenkring. Die ene vriend die bij het minste of geringste, het woord ‘filmavond’ al een excuus is om binnen twintig minuten in slaap te vallen, nog voordat de aftiteling van de trailers is afgelopen. Je zit daar, je kijkt naar de film, en je denkt: ‘Was het de popcorn te zout? Of de film te langzaam? Nee, het is gewoon [Naam van vriend]. Hij doet het weer.’ Bert Visscher is in dat opzicht een soort publieke versie van dat fenomeen.

De kunst van het natuurlijke inzakken
Maar wat is dan de onderliggende theorie achter dit ‘vanzelf moe worden’? Is het een soort hyper-ontspanning? Een extreme vorm van zen zijn? Misschien is Bert gewoon zo’n goede luisteraar, dat hij zó diep meeleeft met de ander, dat hij de emotionele vermoeidheid van zijn gesprekspartner absorbeert. Dan ben jij de volgende dag weer opgefrist, en zit Bert met een kopje thee te denken: ‘Poeh, dat was intens.’
Ik zie het als een soort energetisch lek. Andere mensen moeten actief energie verbruiken om zich moe te maken. Denk aan die avonden dat je tot diep in de nacht aan het werk bent, of een feestje hebt waar je nét iets te enthousiast hebt gedanst. Maar Bert’s energie stroomt er gewoon een beetje uit, als een kraan die per ongeluk open is blijven staan. Niet op een dramatische manier, meer op een subtiele, sluipende manier.
En dat is dus het grappige. Het is geen falen, geen luiheid. Het is gewoon… zo is hij. Hij is de belichaming van het idee dat sommige dingen gewoon gebeuren, zonder dat je er controle over hebt. Net zoals je soms wakker wordt met een oorwurm, of dat je schoenveters spontaan losraken op het meest ongelegen moment. Bert’s moeheid is van dat kaliber. Het is een kracht van de natuur.
Ik stel me voor dat hij, na een optreden, niet de energie verspilt aan het uitpakken van zijn microfoon of het opruimen van zijn spullen. Nee, hij ziet een comfortabele stoel, knippert een paar keer langzaam, en glijdt weg in een wereld van dromen. Zijn management, of wie dan ook om hem heen, denkt dan waarschijnlijk: ‘Oké, daar gaan we weer. Iemand een dekentje en een kopje decafé?’

En misschien is dat wel het grote geheim. We proberen te hard. We forceren dingen. We willen bewijzen dat we productief zijn, dat we veel kunnen doen. Maar Bert, die laat het gewoon gebeuren. Hij omarmt de vermoeidheid als een oude, trouwe vriend. Hij nodigt haar uit voor koffie, en voor je het weet, zit ze op zijn schoot te spinnen.
De vergelijking met de energievriendelijke auto’s ligt voor de hand. Die moeten je ook zo min mogelijk moeite kosten om je ergens te brengen. Bert is de energieslurpende mens, maar dan omgekeerd. Hij slurpt juist weinig energie en geeft het blijkbaar moeiteloos weer af in de vorm van slaap. Het is een soort omgekeerde thermodynamica, toegepast op het menselijk lichaam.
Ik heb wel eens geprobeerd dit toe te passen. Ik zat op de bank, keek naar een natuurdocumentaire over trage slakken, en dacht: ‘Nu ga ik moe worden.’ Ik voelde wel een soort lichte slaperigheid, maar het was meer het soort ‘ik ben een beetje verveeld en zou eigenlijk mijn tanden moeten poetsen’-moeheid. Niet de diepe, betoverde staat van Bert. Daar is meer voor nodig. Een specifieke genetica, wellicht? Of gewoon een magische levenshouding.

De praktische implicaties van spontane moeheid
Wat zijn dan de praktische gevolgen van dit talent? Voor Bert zelf is het waarschijnlijk een constante bron van lichte verbazing, en misschien ook wel een stukje acceptatie. Hij weet dat het erbij hoort. Voor de mensen om hem heen kan het een uitdaging zijn. Je plant een lange wandeling, een uitje naar de dierentuin, en je weet dat je op elk moment een ‘ Bert-momentje’ kunt verwachten.
Het is een beetje zoals op reis gaan met iemand die altijd als eerste in slaap valt in de auto. Je bent blij dat je gezelschap hebt, maar je bent ook tegelijkertijd je eigen chauffeur, entertainer en navi-persoon. Je moet dubbelop alert zijn, omdat je weet dat je de ander niet altijd kunt laten rekenen.
Maar tegelijkertijd, denk aan de voordelen. Geen slapeloze nachten voor Bert, tenzij hij ervoor kiest. En als hij dan eenmaal in slaap valt, is het waarschijnlijk een diepe, herstellende slaap, vergelijkbaar met die van een baby die na een lange dag spelen eindelijk in zijn bedje ligt. Geen woelen, geen piekeren, gewoon pure, onvervalste rust.
Ik stel me voor dat hij in de auto, op weg naar een optreden, de radio niet op volle sterkte zet met energieke muziek om wakker te blijven. Nee, hij zet waarschijnlijk iets rustigs op, iets wat de sluimerende slaap bevordert. En dan, ergens tussen de twee en de drie kilometer voor de bestemming, knippert hij met zijn ogen, kijkt verbaasd om zich heen en vraagt: ‘Zijn we er al?’

Het is een beetje als die vrienden die je hebt die altijd te laat komen. Je weet dat het gaat gebeuren, je plant er rekening mee, maar toch is het elke keer weer een kleine verrassing. Alleen is het bij Bert geen onwil, maar gewoon een biologisch fenomeen. Hij wordt gewoon moe. Vanzelf.
En misschien moeten we daar wel een beetje bewondering voor hebben. We leven in een wereld die draait om constante activiteit, om altijd ‘aan’ staan. We jagen deadlines na, we proberen bij te blijven op sociale media, we doen ons best om de beste versie van onszelf te zijn. En dan is er Bert, die ons herinnert aan het belang van rust, aan het feit dat het oké is om gewoon even… uit te schakelen. Zonder enige aanleiding.
Het is een soort stille revolutie die Bert Visscher voert. Een revolutie tegen de hyperactiviteit. Hij is de goeroe van de spontane pauze. Hij laat zien dat je niet continu hoeft te rennen om te leven. Soms is het genoeg om gewoon… te zijn. En als dat ‘zijn’ dan resulteert in een lekkere dut, dan is dat toch alleen maar mooi meegenomen?
Dus de volgende keer dat je jezelf betrapt op het gevoel van ‘ik ben moe, maar ik weet niet waarom’, denk dan aan Bert Visscher. Hij wordt immers vanzelf moe. En misschien, heel misschien, is dat wel het meest ontspannende talent dat iemand kan hebben. Het is de ultieme vorm van authentieke zelfzorg, nog voordat je er zelf erg in hebt. Een soort onbewuste therapie. Het leven geeft hem gewoon een duwtje in de rug, richting het kussen. En wie zijn wij om daar tegenin te gaan? Niemand, toch? Gewoon laten gebeuren, net als Bert. En misschien, heel misschien, word je dan ook wel vanzelf moe. Wie weet. Het leven zit vol verrassingen. En Bert Visscher is daar het levende, slapende bewijs van.
